Schaamte-om-iets-te-vragen-aan-een-ander-dan-Allah-de-Verhevene

12 december 2025

Schaamte om iets te vragen aan een ander dan Allah de Verhevene

De boodschapper Mohammed saws was de meest genereuze persoon die er ooit geleefd heeft. Iedereen die om iets vroeg wat in zijn bezit was, kreeg het ook en hij weigerde pas als het op was. Op het moment dat dit het geval was zei hij tegen degene die hem iets gevraagd had: ‘Al het goede wat ik heb zal ik met jullie delen, maar als je stopt met om dingen vragen aan de mensen om je heen en alleen de Schepper vraagt, Allah swta zal je tevreden maken. Degenen die proberen hun afhankelijkheid van spullen te verkleinen zal Allah swta onafhankelijk maken. En degenen die proberen Geduld op te brengen, Allah swta zal ze geduldig maken, en de Barmhartige kan niks beters en overvloediger geven dan Geduld.’

Nadat de tijd van de rechtgeleide kaliefen ten einde kwam verhuisde de hoofdstad van het Islamitische rijk van Medina naar het Umayyadische hoofdkwartier Damascus. Hier wisselde goede en minder goede kaliefen elkaar af, maar ze hadden in ieder geval niet meer de religieuze status die Abu Bakr of Omar rah hadden gehad. Toen de kalief Suleiman ibn Abdul Malik in het jaar 97 na Hijra, het jaar 717 in onze huidige jaartelling, op Hajj ging zag hij in de Haram de kleinzoon van Omar ibn al-khattab, Salim. Hij zat in diepe concentratie tegenover de Ka’ba terwijl hij de Koran reciteerde en de tranen over zijn wangen stroomde. Toen de Kalief zijn Tawaf had gedaan begaf hij zich richting Salim. De mensen maakte ruimte en de kalief zat zo dicht bij dat zijn knie hem raakte. Salim merkte het echter niet want hij was in diepe aanbidding, los van de wereld om hem heen. De kalief wachtte tot hij klaar zou zijn en hij hem kon aanspreken. Toen dat moment kwam, boog hij zich naar hem toe en zei: "Vrede zij met u, o Abu ‘Umar, en de barmhartigheid van Allah."

Salim antwoordde: "En met u de vrede, en de barmhartigheid en zegeningen van Allah de Verhevene." Toen zei de kalief zachtjes: "Vraag mij om iets, een behoefte die ik voor je kan vervullen, o Abu ‘Umar." Maar Salim gaf hem geen antwoord. De kalief dacht dat hij hem niet had gehoord, dus boog hij zich nog verder naar hem toe en zei: "Ik zou graag willen dat je mij iets vraagt dat ik voor je kan vervullen." Salim zei: "Bij Allah, ik schaam mij om in het Huis van Allah te zijn en dan iemand anders dan Hem iets te vragen."

De kalief schaamde zich en zweeg, maar bleef toch naast hem zitten. Toen het gebed voorbij was, stond Salim op om naar zijn verblijf te gaan, en de kalief volgde hem, hopend hem alsnog iets te laten vragen. Toen de mensen hen zagen, maakten ze ruimte tot hun schouders naast elkaar kwamen. De kalief boog zich naar hem toe en fluisterde:"Nu bevinden wij ons buiten de moskee. Vraag mij nu iets dat ik voor je kan vervullen." Salim zei: "Is het iets van de behoeften van deze wereld of van het Hiernamaals?" De kalief raakte in verwarring en zei: "Nee, van de behoeften van deze wereld." Salim antwoordde: "Ik heb de behoeften van deze wereld niet gevraagd aan Degene die erover beschikt — hoe zou ik ze dan vragen aan iemand die er niet over beschikt?" De kalief schaamde zich opnieuw, groette hem en vertrok terwijl hij zei: "Wat zijn jullie, familie van al-Khattab, toch verheven door jullie onthechting en jullie godsvrucht! En wat zijn jullie rijk dankzij Allah, de Verhevene en Machtige. Moge Allah jullie zegenen, o mensen van dit huis."

Moge de grote voorziener ons tevreden laten zijn met alles wat Hij voor ons bestemd heeft en ons vertrouwen in hem vergroten. Moge Allah swta on s inzicht en wijsheid schenken.